Hechtingsproblematiek
Je wil dicht bij mensen zijn, maar als iemand echt dichtbij komt, voel je je gespannen of trek je je terug. Of je klampt je vast uit angst om verlaten te worden. Dit zijn patronen van onveilige hechting.
Wat is hechtingsproblematiek?
Hechting is de emotionele band die je als kind vormt met je ouders of verzorgers. Die vroege band bepaalt voor een groot deel hoe je later relaties ervaart: of contact veilig voelt, of je jezelf durft te laten zien, of je vertrouwt dat anderen er voor je zijn.
Als de vroege hechting niet veilig was, door afwezigheid, inconsistentie, overbescherming of verwaarlozing. kunnen er hechtingspatronen ontstaan die je als volwassene beïnvloeden in je relaties, werk en zelfvertrouwen.
Hechtingsstijlen
Veilige hechting
Je voelt je comfortabel met intimiteit en vertrouwt dat mensen er voor je zijn. Je kunt ook alleen zijn zonder angst.
Angstig-ambivelente hechting
Je bent sterk verbonden aan anderen maar bang voor verlating. Je zoekt voortdurend bevestiging en voelt je onzeker in relaties.
Vermijdende hechting
Je houdt mensen op afstand om teleurstelling te voorkomen. Onafhankelijkheid voelt veiliger dan verbinding.
Gedesorganiseerde hechting
Je ervaart de ander tegelijkertijd als bron van veiligheid en gevaar. Komt vaak voor na trauma.
Hoe herken je hechtingsproblematiek?
Behandeling
Schematherapie
Heel effectief bij hechtingsproblematiek. Je werkt aan diepe overtuigingen die in de jeugd zijn ontstaan en leert voor jezelf te zorgen zoals je dat vroeger niet hebt geleerd.
CGT
Helpt bij het doorbreken van negatieve denkpatronen over jezelf en anderen.
EMDR
Wanneer er traumatische ervaringen zijn die de hechtingsproblematiek voeden.
Relatietherapie
Als hechtingspatronen doorwerken in een partnerrelatie: samen werken aan veilige verbinding.
Veelgestelde vragen
Gerelateerde klachten
Herken je jezelf hierin?
Boek een intakegesprek. Samen kijken jullie wat het beste bij jou past.
Via de huisarts wacht je gemiddeld 6 maanden. Via PsyIntake plan je direct.
Bemiddelingskosten: €195 (eenmalig, inclusief btw)
Bron: Bowlby (1988) · Ainsworth (1978) · DSM-5, APA · Nederlands Jeugdinstituut
Passende behandelingen
Behandelvormen die hierbij helpen
Lees hoe deze bewezen behandelingen werken. Welke bij jou past, bepaal je samen met je hulpverlener tijdens de intake.
Waar zoek je precies naar?
Weet je niet zeker welke hulp je nodig hebt?
Doe de zelftest
Beantwoord een paar vragen over jouw klachten en ontdek welke hulpverlener het beste bij jou past.