Vliegangst (aviofobie)
De deuren gaan dicht. Je hartslag stijgt. De gedachte aan vliegen maakt je al angstig. Vliegangst is een specifieke fobie, en goed behandelbaar.
Wat is vliegangst?
Vliegangst, of aviofobie, is de angst voor het vliegen of alles wat ermee samenhangt: het inchecken, het instappen, de vlucht zelf. Voor sommigen begint de angst al weken van tevoren. De kern is bijna altijd: het gevoel geen controle te hebben, niet kunnen ontsnappen, of de overtuiging dat er iets mis gaat.
Vliegangst is een specifieke fobie (DSM-5). Ze treft naar schatting 25% van de mensen in milde vorm en 10% in ernstige mate. Vliegen mijden heeft echter ook gevolgen: vakantie, werk en sociale contacten komen onder druk.
Symptomen
Oorzaken
Negatieve ervaring
Ernstige turbulentie, een noodsituatie of het horen van een vliegtuigongeluk kan de angst triggeren.
Angst voor controleverlies
Niet kunnen sturen, niet weg kunnen, afhankelijk zijn van anderen.
Claustrofobie
De combinatie van een kleine ruimte en niet kunnen ontsnappen.
Paniekstoornis
Angst voor een paniekaanval achter gesloten deuren.
Geen directe aanleiding
Soms ontstaat vliegangst geleidelijk, zonder één duidelijk incident.
Tips voor de vlucht
Minder cafeïne en suiker
Verhogen hartslag en onrust: precies wat je niet wilt in het vliegtuig.
Ademhalingstechniek
3 tellen in, 6 tellen uit. Kalmeert het zenuwstelsel direct.
Informeer je
Weten hoe turbulentie werkt (structureel veilig) vermindert de angst aanzienlijk.
Verleg aandacht
Film, boek, muziek, gesprek: elke afleiding verlaagt de alertheid.
Behandeling
CGT
Je onderzoekt de gedachten ('het vliegtuig gaat neerstorten') en leert ze te toetsen aan realiteit.
Exposure therapie
Stapsgewijs blootstelling aan het vliegproces, van vliegveld bezoeken tot een echte vlucht.
EMDR
Als de angst is ontstaan door een traumatische ervaring met vliegen.
Virtuele-reality exposure
Oefenen met vliegen in VR voordat je het echt doet.
Veelgestelde vragen
Herken je jezelf hierin?
Boek een intakegesprek. Samen kijken jullie wat het beste bij jou past.
Bron: DSM-5, APA · Öst (1989), Behaviour Research and Therapy · Trimbos Instituut
Passende behandelingen
Behandelvormen die hierbij helpen
Lees hoe deze bewezen behandelingen werken. Welke bij jou past, bepaal je samen met je hulpverlener tijdens de intake.
Waar zoek je precies naar?
Weet je niet zeker welke hulp je nodig hebt?
Doe de zelftest
Beantwoord een paar vragen over jouw klachten en ontdek welke hulpverlener het beste bij jou past.