Je hebt de praktijknaam al bedacht: een eigen praktijk starten in de GGZ
← Terug naar kennisbank|Werk & stress

Je hebt de praktijknaam al bedacht: een eigen praktijk starten in de GGZ

31 augustus 202611 min lezen

Voor iedereen die in de GGZ binnen de kaders van een ander werkt: wat je nodig hebt om te starten, en waarom je er niets voor hoeft op te zeggen.

Je hebt de naam van je praktijk waarschijnlijk al bedacht. Misschien heb je ook opgezocht wat een inschrijving bij de Kamer van Koophandel kost, gekeken of het webadres nog vrij was, of een keer doorgeklikt op een advertentie voor een behandelkamer per dagdeel. En daarna klapte je de laptop weer dicht, want er kwam een cliënt tussendoor, of een overleg dat uitliep, of gewoon het leven.

Misschien heb je het zelfs één keer voorzichtig hardop gezegd, tegen je partner of tegen die ene vakgenoot die je vertrouwt. En daarna liet je het liggen, tot het een paar maanden later weer bovenkwam. Dat is geen uitstelgedrag en het zegt niets over je lef. Het is wat er gebeurt als een verlangen groot genoeg is om steeds terug te komen, terwijl de eerste stap te groot lijkt om er vandaag iets mee te doen. Veel GGZ-hulpverleners in loondienst lopen daar jaren mee rond, langer dan ze zelf doorhebben.

En dit gaat niet alleen over psychologen. Een verpleegkundig specialist GGZ die zijn eigen behandelingen wil inrichten, een sociaal psychiatrisch verpleegkundige, een systeemtherapeut, een vaktherapeut of een seksuoloog: iedereen die in dit vak binnen de kaders van een ander werkt, kent deze gedachte.

Want er speelt meer dan alleen die eerste stap. Er is het team dat je zou achterlaten, de collega die zonder jou nog voller zit. Er zijn de cliënten op de wachtlijst van je instelling, en het schuldgevoel dat je zou vertrekken terwijl zij wachten. En er is die stille vraag die je aan niemand stelt: overschat ik mezelf niet.

Laten we die vragen serieus nemen, één voor één, zonder ze weg te wuiven. Maar eerst iets over waarom dit verlangen niet weggaat.

Het gaat niet om geld, het gaat om zeggenschap

Het gaat meestal niet om geld of status. Het gaat om zeggenschap: zelf bepalen hoeveel tijd een behandeling krijgt, welke methode past en wanneer je afsluit. Geen sessies afronden omdat het systeem zegt dat het genoeg is geweest. Geen behandelplan schrijven dat past bij de financiering in plaats van bij de mens tegenover je.

Dat is niet alleen prettiger werken, het lijkt er ook toe te doen voor hoe je het volhoudt. Een groot overzicht van langlopende studies naar werk en burn-outklachten vond de sterkste aanwijzingen voor twee verbanden. Meer zeggenschap over je eigen werk hangt samen met minder emotionele uitputting. En minder steun op het werk hangt samen met meer uitputting.

Onthoud die twee, want ze wijzen precies aan wat je bij deze stap wint en wat je bewust moet regelen. Het eerste komt vanzelf mee met een eigen praktijk. Het tweede niet, en daar komen we op terug.

Er wachten meer mensen dan jij ooit kunt zien

Eerst de vraag die iedereen als eerste stelt: komen er wel cliënten. Je kent het antwoord eigenlijk al, want je ziet de wachtlijst van je eigen instelling elke week groeien. Toch is het goed om het in cijfers te zien. De Nederlandse Zorgautoriteit telde op de peildatum van oktober 2024 bijna 109.000 wachtplekken in de GGZ, met de kanttekening dat het om plekken gaat en niet om personen, omdat ongeveer een op de vijf wachtenden op meer dan een lijst tegelijk staat.

Ook met die nuance blijft het beeld hetzelfde: er zoeken meer mensen hulp dan er hulp beschikbaar is. Jij hoeft geen markt te veroveren. Je hoeft alleen vindbaar te zijn voor mensen die nu al zoeken en nergens terechtkunnen. En dat schuldgevoel over de wachtlijst die je zou achterlaten: je verlaat die mensen niet, je opent een extra deur die er nu niet is.

Blijft de vraag of jij wel het type bent dat zoiets opzet. Het woord ondernemer roept een beeld op van een pand, personeel, een boekhouder en een website die je zelf moet bouwen. Dat beeld klopt niet met wat er feitelijk nodig is. Om te starten heb je drie dingen nodig: een inschrijving bij de Kamer van Koophandel, een beroeps- en bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering en een elektronisch patiëntendossier (EPD).

Wil je verzekerde zorg leveren, dan komt daar een goedgekeurd kwaliteitsstatuut bij, ongeacht je beroep. Werk je met mensen die zelf betalen, dan is dat niet nodig. En een eigen praktijkruimte hoef je zeker in het begin niet te hebben. Je kunt online starten, en pas een kamer erbij nemen als je merkt dat je hem nodig hebt. Dan huur je die per dagdeel in plaats van per jaar. Geen pand, geen personeel, geen lening.

Reken het eens door, dat kan vanavond al, aan de keukentafel met een kladblok. Tel uit hoeveel gesprekken per week je nodig zou hebben om je huidige inkomen te evenaren, en trek daar de kosten voor verzekering, ruimte en administratie vanaf. Dat getal stuurt je beslissing beter dan het gevoel dat je er nu over hebt.

En als je geen BIG-registratie hebt

Er is een groep die dit leest en denkt dat het niet over hen gaat: iedereen zonder registratie in het BIG-register. De vaktherapeut, de counselor, de maatschappelijk werker, de coach, en de psycholoog die na zijn master niet is doorgestroomd naar de GZ-opleiding. Ergens onderweg heb je opgevangen dat een eigen praktijk niets voor jou is, en die gedachte is blijven hangen.

Dat klopt niet, en dat is geen mening maar wet. De Wet BIG beschermt titels, niet het werk zelf. Titels als psychotherapeut, gezondheidszorgpsycholoog, verpleegkundige en verpleegkundig specialist mag je alleen voeren met de bijbehorende registratie. Maar vaktherapeut, counselor, coach en psycholoog staan niet in die wet. Je mag je zo noemen, je mag behandelen en je mag er een eigen praktijk mee beginnen.

Daar hoort eerlijkheid over de grens bij. Verzekerde zorg declareren kan niet zonder de juiste registratie, dus je werkt met mensen die hun behandeling zelf betalen, bij lichte tot matige klachten, en je verwijst door zodra er meer nodig is. Het advies van de beroepsverenigingen is om je vakbekwaamheid te blijven ontwikkelen en samen te werken met een regie- of hoofdbehandelaar zolang je niet aan de norm voldoet.

Precies daar zit voor jou de opening. Want een praktijk met zelfbetalers heeft geen contract met een zorgverzekeraar nodig, en dat is nu net het deel waar de meeste starters tegenop zien.

Je hoeft niets op te zeggen

Misschien schoot bij dat rekensommetje meteen de volgende gedachte omhoog: en wat als het mislukt. Hier zit de kern van dit verhaal, want je hoeft niets op te zeggen. Je begint met een dagdeel per week naast je baan, een avond of een vrije ochtend, terwijl je baan gewoon je inkomen, je pensioen en je zekerheid blijft. De praktijk is een proef die je zo groot of klein maakt als je zelf wilt.

Check wel even je arbeidsovereenkomst, want veel contracten hebben een beding over nevenwerkzaamheden. Meestal mag het werken naast je baan en soms heb je vooraf toestemming nodig, en dat is een gesprek en geen ontslagbrief. Bevalt het na een half jaar niet, dan stop je. Er loopt geen huurcontract door en er is geen personeel dat je moet laten gaan, dus het enige dat je kwijt bent is een aantal avonden waarin je iets hebt ontdekt dat je in loondienst nooit had geleerd.

En dan is er nog je agenda

Wat mensen die deze stap zetten daarna het vaakst noemen, is niet het geld en zelfs niet de zeggenschap over de behandeling. Het is de agenda. Je plant je eigen gesprekken, je kiest of je op woensdag vrij bent omdat je kinderen dan om twaalf uur uit school komen of dat je juist twee avonden werkt zodat je overdag ruimte houdt, en er is geen roosterwijziging waar je achteraf van hoort of overleg dat op je enige vrije ochtend wordt gezet. Merk je dat drie gesprekken op een dag voor jou genoeg is, dan plan je er drie, en dat klinkt klein maar het is het verschil tussen een werkweek die je ondergaat en een werkweek die je maakt.

Misschien blijft het bij dat ene dagdeel, en is dat precies goed zo. Misschien merk je na een half jaar dat het de dag is waar je het meest naar uitkijkt en wil je er een tweede bij. En misschien kom je op het punt waarop je uitrekent dat het ook zonder je baan rondkomt. Dat hoeft niet, maar als je daar komt heb je die keuze rustig opgebouwd in plaats van hem in één keer te moeten nemen.

De vraag die niemand hardop stelt

Durf ik dit wel. Het komt vaker voor dan je denkt, ook bij mensen met vijftien jaar ervaring en een volle caseload. De twijfel gaat zelden over vakbekwaamheid; die heb je allang bewezen.

Ze gaat over alleen zijn. Stel je die eerste eigen spreekkamer voor: de cliënt is net vertrokken, de deur valt dicht, en er is niemand op de gang om even bij binnen te lopen. Geen koffieautomaat waar een collega vraagt hoe je gesprek ging. Die stilte is precies waar het onderzoek voor waarschuwt: minder steun op het werk hangt samen met meer emotionele uitputting.

Wie voor zichzelf begint, levert het team in dat er nu vanzelf is. Dat moet je dus bewust terugbouwen, niet hopen dat het goedkomt. Praktisch betekent dat: regel intervisie met twee vakgenoten voordat je start, niet erna. Zoek mensen die dezelfde stap overwegen of al gezet hebben, dan begin je niet alleen en heb je een plek voor de casus die je 's avonds bezighoudt. En je hoeft die mensen niet zelf bij elkaar te sprokkelen, want daarvoor zit er iets in het platform. Daar komen we zo op terug.

Hoe cliënten jou vinden

Dan blijft er een praktische vraag over: hoe komen die eerste cliënten bij jou terecht. Daarvoor is PsyIntake gebouwd, en eerlijk is eerlijk, het platform staat aan het begin. De eerste twintig hulpverleners bouwen mee aan hoe het werkt. Het idee zelf is simpel: mensen zoeken op een landkaart van Nederland op klacht, plaats en beschikbaarheid en boeken zelf een intake, zonder verwijsbrief en zonder wachtlijst. Jij geeft aan wanneer je tijd hebt, bijvoorbeeld alleen dat ene dagdeel.

En er wordt al gezocht naar wat jij gaat aanbieden. De site verschijnt inmiddels duizenden keren per maand in Google, op zoekopdrachten als psycholoog zonder wachtlijst, zelf betalen psycholoog en zorg zonder wachttijd. Die mensen zijn er dus. Wat er nog niet is, is genoeg plek waar ze terechtkunnen, en dat is precies wat de eerste twintig hulpverleners samen opbouwen.

Het vangnet tegen het alleen zijn

Maar een plek op een landkaart lost dat andere probleem niet op, dat van de stilte na een gesprek. Daarom zit er in het dashboard een vangnet dat niets met cliënten te maken heeft en alles met jou.

Je intervisie regel je in je eigen dashboard. Je maakt zelf een groep aan met een onderwerp en een moment dat jou uitkomt, en andere aangesloten hulpverleners sluiten aan. Staat er al een groep die bij je past, dan sluit je je daar met één klik bij aan. Je hoeft dus niet eerst je eigen netwerk af te bellen om aan twee vakgenoten te komen.

Daarnaast leg je een casus voor in de teamchat op het moment dat je ermee zit, en niet pas over drie weken. En in de behandeltoolbox staat materiaal dat andere hulpverleners hebben gedeeld, zodat je niet alles opnieuw zelf hoeft te bedenken.

Dat vervangt de gang van een instelling niet helemaal. Het scheelt wel het verschil tussen alleen werken en er alleen voor staan.

Wat het kost, en wat je eraan overhoudt

De constructie is anders dan je gewend bent, dus hier is hij zonder omwegen. De cliënt betaalt de intake van 195 euro inclusief btw aan PsyIntake, en die vergoeding komt niet bij jou terecht. Daar staat tegenover dat de vervolgbehandeling volledig van jou is: eigen tarief, rechtstreeks met de cliënt, zonder dat er een percentage tussenuit gaat. Reken dat mee in je som aan de keukentafel.

De voorwaarden zijn kort te vertellen. Voor de groep hulpverleners van het eerste uur zijn er twintig plekken. De eerste drie maanden zijn gratis, daarna betaal je blijvend 49 euro per maand in plaats van 69, en wil je tijdelijk pauzeren, dan kost de pauzestand 19 euro per maand. Er is geen minimum aantal intakes; alle bedragen zijn exclusief btw.

Alles staat uitgeschreven op de pagina voor hulpverleners, inclusief hoe het boeken en de agenda werken. Lees het rustig na en leg het naast je eigen rekensom.

Terug naar die praktijknaam die je al bedacht hebt. Die vraagt niet om een ontslagbrief. Ze vraagt om een klein, omkeerbaar experiment: een dagdeel per week waarin jij bepaalt hoe je behandelt.

Drie stappen passen in een avond. Maak de rekensom van je gesprekken per week, min de kosten voor verzekering, ruimte en administratie. Lees in je arbeidsovereenkomst wat er over nevenwerkzaamheden staat. En stuur een bericht aan twee vakgenoten met de vraag of ze intervisie willen doen als je start.

Klopt de rekensom en zit er niets in de weg in je contract, zet dan de vierde stap en meld je aan. Ook dat is omkeerbaar, want de eerste drie maanden zijn gratis en er is geen minimum aantal intakes. Je zegt niets op, je tekent nergens voor en je kunt op elk moment terug. Het enige dat verandert, is dat de gedachte die al jaren terugkomt eindelijk een eerste antwoord krijgt.

Bronnen

  • BIG-register, welke beroepstitels wettelijk beschermd zijn. https://www.bigregister.nl
  • NIP, Eigen praktijk in de GGZ, zonder BIG- of NIP-registratie. https://nip.nl/beroepskwaliteit/eigen-praktijk-ggz/
  • Aronsson e.a., A systematic review including meta-analysis of work environment and burnout symptoms, BMC Public Health, 2017. https://doi.org/10.1186/s12889-017-4153-7
  • Nederlandse Zorgautoriteit, Informatiekaart Wachttijden en wachtplekken GGZ, oktober 2024. https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_786033_22/

Zelf aansluiten?

Meld je aan als hulpverlener

Zichtbaar worden voor cliënten die zelf een intake bij je boeken, zonder dat je aan acquisitie hoeft te doen.

Meld je aan

Waar zoek je precies naar?