Een glas minder: wat het verhaal van Anna Faris ons leert over gewoontes
Het is vrijdagavond. De werkweek zit erop, je ploft op de bank en bijna automatisch gaat je hand richting dat glas wijn of biertje.
Het is vrijdagavond. De werkweek zit erop, je ploft op de bank en bijna automatisch gaat je hand richting dat glas wijn of biertje. Niet omdat je er bewust voor kiest, maar omdat het er nu eenmaal bij hoort.
Actrice Anna Faris vertelde onlangs in de podcast Dear Chelsea dat ze is gestopt met alcohol. Ze moest naar eigen zeggen een stap terug doen. Die keuze bracht haar meerdere positieve veranderingen. Haar verhaal raakt veel mensen, en dat is niet gek.
Alcohol is voor velen verweven met ontspanning, gezelligheid en het dempen van spanning. Ons brein legt razendsnel verbanden: stress voelen, drinken, even opluchting ervaren. Onderzoek naar gewoontevorming laat zien hoe dat werkt. Elke keer dat een handeling wordt gevolgd door een beloning, wordt de verbinding in het brein sterker. Na verloop van tijd verschuift het gedrag van een bewuste keuze naar de automatische piloot. Het glas wordt een snelkoppeling naar rust, terwijl de echte spanning eronder blijft bestaan.
Daar komt nog iets bij: sociale druk. Drinken is in onze cultuur de norm, niet drinken is de uitzondering. Wie een glas weigert, krijgt vaak vragen of opgetrokken wenkbrauwen. Dat maakt het extra lastig om een andere keuze te maken, zelfs als je voelt dat het beter voor je zou zijn.
Soms gaat een gewoonte over in iets zwaarders: een alcoholverslaving. De grens daartussen is niet altijd scherp. In de psychologie spreken we van een stoornis in alcoholgebruik, met een glijdende schaal van mild tot ernstig. Bij een verslaving heb je het gevoel dat je niet meer zonder kunt. Je hebt steeds meer nodig voor hetzelfde effect, dat heet tolerantie. Je probeert te minderen, maar het lukt niet. Misschien drink je stiekem, of denk je overdag al aan het eerste glas van de avond. Ook lichamelijke signalen kunnen meespelen, zoals trillen, slecht slapen of onrust als je een dag niet drinkt. Dat zijn ontwenningsverschijnselen: het lichaam is gewend geraakt aan alcohol en protesteert als die wegvalt.
Belangrijk om te weten: een verslaving is geen kwestie van zwakke wil. Alcohol verandert letterlijk iets in je brein. Bij het drinken komt dopamine vrij, een stofje dat een gevoel van beloning geeft. Het brein onthoudt dat en gaat er steeds sterker om vragen. Tegelijk past het brein zich aan: het maakt zelf minder van de stoffen aan die voor rust en plezier zorgen. Daardoor voel je je zonder alcohol juist onrustiger of somberder dan voorheen, en lijkt drinken de enige oplossing. Ook het deel van het brein dat impulsen remt en verstandige afwegingen maakt, werkt minder goed bij langdurig gebruik. Zo ontstaat een vicieuze cirkel waarin de drang sterker wordt en de rem zwakker. Dat verklaart waarom stoppen voelt als vechten tegen jezelf, en waarom goede voornemens alleen vaak niet genoeg zijn. Gelukkig is er ook goed nieuws. Onderzoek laat zien dat het brein zich voor een groot deel kan herstellen als het alcoholgebruik stopt. Veel van de veranderingen zijn namelijk aanpassingen, geen blijvende schade. De aanmaak van stoffen die voor rust en plezier zorgen komt langzaam weer op gang, en ook het vermogen om impulsen te remmen verbetert vaak na verloop van tijd. Eerlijk is eerlijk: bij jarenlang zwaar drinken kan er wel blijvende schade ontstaan, bijvoorbeeld aan het geheugen. Dat herstelt niet altijd volledig. Maar juist daarom geldt: hoe eerder je stopt of mindert, hoe meer het brein terugveert. Schaamte houdt veel mensen tegen om erover te praten, terwijl juist openheid de eerste stap naar herstel is. Een alcoholverslaving is goed te behandelen, bijvoorbeeld met cognitieve gedragstherapie, en hoe eerder je hulp zoekt, hoe makkelijker die weg wordt.
Misschien herken je het bij jezelf. Je drinkt vaker dan je eigenlijk wilt, of je merkt dat het moeilijk is om een avond over te slaan. Mogelijk voel je je moe, somber of prikkelbaar, en vraag je je af of alcohol daar een rol in speelt. Ook schuldgevoel na een avond drinken, of het steeds uitstellen van 'even minderen', zijn signalen dat het goed is om stil te staan bij je gewoontes.
Wat kun je concreet doen? Drie tips die echt helpen:
1. Onderzoek het moment, niet alleen het drinken. Vraag jezelf af wat je voelt vlak voordat je naar een glas grijpt. Verveling? Spanning? Eenzaamheid? Als je de trigger kent, kun je zoeken naar een ander antwoord op dat gevoel, zoals een wandeling, muziek of een gesprek.
2. Maak het jezelf makkelijk. Haal minder of geen alcohol in huis en zet iets anders klaar dat je lekker vindt. Gewoontes veranderen lukt beter als de omgeving meewerkt. Hoe kleiner de moeite om nee te zeggen, hoe groter de kans dat het lukt.
3. Vertel het aan iemand die je vertrouwt. Een voornemen dat je uitspreekt, houdt beter stand. Bovendien voelt het minder eenzaam als iemand met je meedenkt, zeker op momenten dat het lastig wordt.
Het mooie aan het verhaal van Anna Faris is dat het laat zien dat verandering mogelijk is, op elke leeftijd en in elke levensfase. Een stap terug doen is geen zwakte. Het is juist moedig om eerlijk te kijken naar wat je nodig hebt.
Gaat het je niet alleen af, of merk je dat alcohol een grotere rol speelt dan je wilt? Misschien twijfel je zelfs of er sprake is van een verslaving. Dan hoef je dat niet in je eentje op te lossen. Via PsyIntake vind je snel een psycholoog die met je meekijkt, zonder oordeel en in je eigen tempo. Soms is één gesprek al het begin van een lichter leven.
Geïnspireerd op een bericht van NU.nl. Lees het oorspronkelijke bericht
Hulp nodig?
Boek een intake zonder wachttijd
Binnen 24 uur een gesprek met een gekwalificeerde psycholoog, zonder verwijsbrief, zonder wachttijd.
Zoek een hulpverlener